ZEKER WETEN

Nogmaals mijn Prediker. Blijde levensgezel. Weet je- ik ken de woorden in mn hart omdat mijn moeder ons er altijd uit voorlas als we brood gegeten hadden. Die Prediker heeft het laatste woord. 

Denk aan je Schepper! (In plaats van aan jezelf) Vrees jij God! ( In plaats van een mens)

Levend moeten wij ons levenseinde maar ter harte nemen. 7:12 Niet om somber van te worden. Goed om te weten dat we in een graf eindigen. Relativerend met het oog op onze spulletjes- bankrekening- liefde en haat. Zo belangrijk is het niet. Of wel? Doe maar wat je hand vindt om te doen- want je bent op weg naar het graf. 9:10

Wees blij met wat je hebt. Je werk. Een huwelijk. Eet. Drink. Geniet. Het is Gods gave.

Alle zorgen en verdriet en beslommeringen om ze zo maar te noemen zijn in de hand van onze Vader. 9:1 Dat is een rijke troost in elke vorm van gebroken pijn. Het is de aarde- en we zullen het met een gebroken aarde moeten doen, maar wel tijdelijk. Er komt nog een hemel en die houdt maar niet op. 

Creëer oases in de hectiek van de tijd. Want beter is een handvol rust dan twee vuisten vol werk en najagen van ‘hébél (damp der dampen) . 4:6

Heerlijk die handvol rust. Want als de stilte ons omhult ontdekken wij wie God wil zijn in onze gebrokenheid. Hij wil een bron van wijsheid zijn over onze dwaasheid. Een bron van leven in onze dood. Een licht in de duisternis. Wij zullen zijn werk nooit kunnen doorgronden-  een ontspannen overgave. 8:16,17 

Hij weet wel wat goed is. Hij doet het goed. En er is nóg iets. Hoewel wij Hem niet kunnen doorgronden- toch weet ik! – dat het ook goed zal gaan met wie Hem vreest. 8:12

Laat dat maar zeker weten zijn. Het raakt mij zo. Ik ga door dalen- en door treurende diepten. Ik weet niet waarom ik zoveel liefde heb ervaren. Dit als een afgesloten boek moet beschouwen. Waar ik nog zoveel in had willen schrijven, zeggen en uit wilde leggen. Maar de HEER leeft en Zijn naam prijs ik. Want wij zullen leven. 

Dus schrijf ik. In welke moeite je je ook bevindt: Hij weet ervan. Is dat niet genoeg? God kent je van binnenuit. Vrees Hem. Het zal je goed gaan.

Blijdschap wil jouw metgezel zijn.8:15 

Verblijd je alle dagen. Juist omdat je weet dat er nog duisternis komt. 11:7,8 En áls die komt of er al is; rouw/verdriet/pijn/ziekten/armoede/ het zal verdampen.

Wij zullen Jezus zien en stralend onophoudelijk. Zeker weten! 

Dat zal niet vluchtig zijn. Er zal geen damp meer zijn. Daar is licht. Er is hoop. Geef het door aan je medemens. Want ook zij zijn op weg. En óók naar het graf.