VADER WEET WAT GOED IS

Ik heb 
te zwijgen. 

Te wachten 
te hopen.

Zoekend naar
woorden.

Om die
te bidden.

Zijn zij er
niet? Ik zucht.

Verlos mij
en opnieuw.

Ja Heer zie!
-mij aan-

Áls er dan
geen woord is.

Ú weet
het al.

Ú. 

En zwijgend
stem ik toe.