RIJKE SLAAF

Op bijna alle plaatsen in de bijbel waar het woord ‘dienstknecht’ staat, staat het woord ‘slaaf’ in de grondtaal. 

Dat klinkt heel anders. Het is nu God die de dienst uitmaakt in het leven van een christen. Hij is geen belangrijke persoon geworden. In de trant van de bekeerde man op een voetstuk. Waar de rest tegen op moet zien. Het is precies andersom. 

De knecht wast de voeten van de rest. Want wie een slaaf van God is, heeft zijn leven met Jezus gekruisigd. Gal. 2:20. 

Daarmee is die slaaf wel alles verloren. Eer. Aanzien. Gouden bekers. Om Hém te winnen. Arm in zichzelf is hij de Koning te rijk. De slaaf verheugt zich. 

Loyaal als hij is, blijft hij Jezus trouw. Niet een mens. Want zijn kijk op de wereld verandert. Hij ziet dat haar gedaante voorbij gaat. En dat de mensen van stof zijn. Evenals hijzelf.

Nu zingt hij een lied. Wég wereld. Wég schatten. Wie wil bevatten. Hoe rijk ik ben? Ik heb alles verloren. Heb Jezus verkoren. Van Wie ik het eigendom ben. 

En dag na dag bedienen Gods engelen de slaaf. 
Hebr.1:14