INNIG DEEL

Lieve HEER,

Wát u mij ook deelt- Ú
deelt daar in mee.

Of had ik Ú niet meegedeeld dat ik
de Uwe was en deelde Ú mij mee
dat Ú de mijne was?

Wie eerst kwam
was Ú.

Het Uwe werd
mijne.

Al het mijne is
het Uwe. 

Gevend mij
levend aan Ú.

Jezus! Mijn enig
innig deel.

MET TWEE WOORDEN

Zondebesef gaat samen op met genadebesef. Daar is niets in de mens te prijzen, wel alles in God! Hij vergeeft het niet prijzenswaardige. Als wij dat belijden.

Alles wat niet tot Zijn eer was. Alles wat niet in geloof gedaan is. Alles wat niet in liefde was. Allemaal zonde. Dat is vreselijk.

Maar hier blijven wij niet steken. God leert ons met twee woorden spreken. Want daar is vergeving. Altijd al bij Hem geweest. Sprekend de Bijbel!

Waar wij boete doen- of wanneer wij in ons hart zoeken óf wij wel genoeg besef van zonde hebben wenden wij ons tot God. Niet wie wij zijn- maar wie Hij wil zijn voor ons. Om Hem gaat het. De Genadige! De Barmhartige.

Ook de Toornende. Zeker. Voor wie niet tot Jezus komt!

Met twee woorden. Zwart. Lieflijk. Geen blijvende toorn voor wie bidt.
Blijft er dan een arm mens over? Ja in deze zin. Wie niet op zichzelf hoopt maar op God. Die is arm van geest. En rijk in God.

Als die arme zijn mond opendoet zal hij God loven
niet zichzelf.

 

 

OVERVLOED

Jezus! Ik zag Hém
zo schoon.

Stralend deelde
Hij het uit.

Ik nam en
at en dronk.

Genade groot
en groter.

Zo mooi
wat ik kreeg.

Overvloedig
als
Hij is.

 Kom je
ook?

 God heeft 
  genoeg.