MEER BEDEELDEN

Gewoonlijk wensen wij iemand iets wat wij zelf ook hebben of graag zouden hebben. Bijvoorbeeld geluk of veel plezier. Makkelijk om te zeggen als je zelf geluk hebt!

Het is ongebruikelijk iemand een warm huis te wensen, of een prachtige jurk. Toch hebben de meesten van ons dat wel. We wensen het ook vast wel aan anderen. Ik las er iets over in Jakobus 2:14 – 16. We weten nu wat we te geven hebben.

Minder bedeelden worden meer bedeelden als de meer bedeelden willen delen. Mogelijk kunnen wij minderen opdat anderen kunnen meerderen. Ik denk aan die vrouw die geen geld heeft maar wel kinderen. Ik zie ze in de kranten en het nieuws. Iedereen weet ervan. Van de man die wel werkt maar er niet van kan eten. Hebt u nog wat over? Voor de arme ouders van de arme kinderen!

Spaar voor jurken en maaltijden dekje. Wie het breed heeft laat het breed delen. Want hoe kunnen wij – die van hun armoede weten- zeggen: ik wéns je een jurk? Of: ik wéns je warmte- een goede bekomst. En er niet voor hen in willen voorzien!

Misschien ben je zelf iemand die tekort heeft. Bid. God heeft je al op het oog. Je valt onder zijn bijzondere zorg. Heb je geen geld te geven, schenk dan de gratis dingen weg. Een goed woord- een glimlach. Hoe duurzaam. Een leven lang gaat het mee.

God bemint de blijmoedige gever
en dat in elk opzicht
.
2 Kor. 9:7

 

JA WOORD

Gods kind
zegt ja.

Tegen Hém en
de
 mensen.

Ja mijn man mijn vrouw.
Lief als ik je heb.

Ja ons kind. Graag
als wij je kregen.

Ja ik zorg voor je.
En ik koester je.

Ja al mijn
naasten.

Ik heb
lief.

Ja werk- ja de taak.
Tot Úw dienst.

Ja doodlopende weg.
Ja ziekte. Ja gemis.

Een kind zégt
geen nee.

Want God
blijft goed.

Ja- verdrukking.
Zij brengt hoop.

Ja-moeite.
Vader weet het.

God lief en
de mens.

Ja en
amen.

NOOIT IS OOIT

 Wat wij  
verloren.

Vader met
moeder.

Ons zo
lief.

Twee harten
een thuis.

Weg is
weg.

Het nooit
 zo nooit.

Geest
verslagen.

Wie heft
het op
?

God!

 En schept
 het ooit.