LIEFDE voor later-

Leven met de dood voor ogen brengt vreugde op de dag dat je leeft. Dat heb ik van Prediker geleerd. Ik mag blij zijn te leven. Juist omdat ik tijdelijk te gast ben.

Nu leven mijn ouders niet meer, en blijft inderdaad de herinnering over. Dat is wat mij troost en inspireert voor de toekomst. Ik rouw wel- van binnen- maar onze kinderen zie ik nu zo anders. Ik zal hen niet overleven hoop ik. 

Zij zullen later wel op mij terug kijken. Op mijn man. Er over praten hoe we waren. Met elkaar. Met hen. Met familie en vrienden. Een foto van ons neerzetten? Wellicht. In ieder geval zullen zij een herinnering overhouden. 

Dat maakt stil. En het zet me aan het werk. Ik geef het maar door aan andere ouders. 

Waar kijken onze kinderen later op terug? Op ons schone huis? Of op de rijkdom waardoor ze konden eten en goed gekleed waren? Nee- 

Ik weet wel hoe mijn moeder omging met dat soort dingen, maar het is niet meer relevant. Ik kan zeggen: ‘wat fijn dat het opgeruimd was’, maar het troost me op geen enkele manier.

Van belang is: hoe ik getroost bén. Destijds. Dat helpt vandaag de dag. 
Of ik tevergeefs kwam voor een gesprek of niet. Hoe er spelletjes met mij gedaan zijn- en of we kopjes thee dronken. Was er tijd? Hoe spraken de ouderlijke ogen mij aan? 

En nog iets. Of mijn gevende liefde als kind ook opgemerkt is. Ben ik geknuffeld, ben ik gezien? Was er humor en werd er sorry gezegd? Welke warmtegevende tradities hadden we? Ik ben God dankbaar dat ik mij geliefd wist door mijn vader en mijn moeder.

Maar als iemand dat gevoel niet heeft is er tóch hoop. Want we kunnen nu zorgen voor onze kinderen na onze dood. 

Wat vindt ons nageslacht, als ons huis opgeruimd en de spullen verdeeld moeten worden? Er wordt gekeken in lades en kastjes en schoenendozen die we nu als persoonlijk beschouwen. 
 
We kunnen nu al creëren. Zijn er fotoboeken? Persoonlijke briefjes en zorgvuldig uitgezochte cadeautjes? Zijn er koffertjes waarin spulletjes van vroeger bewaard zijn? Ik noem maar wat. We kunnen liedjes bedenken, en lieve woorden die met hun naam te maken hebben.

Wat maar liefkoost- dat beklijft wel!

Hoe willen wij zijn? Dat op een rijtje zettend, sluit het tegenovergestelde uit. Hoe wij niet willen zijn. Als er veel emotionele pijn is wil je liever niet herinneren. Ik wens je sterkte- dat is erg moeilijk.

Denk nu niet: wat moet ik doorgeven als ik zelf slechte voorbeelden gehad heb? Geef zélf het goede door. Begin iets nieuws. Daar kan voor gebeden worden. Het voornaamste om te slagen is wijsheid. Ook geleerd van Prediker.

En het is gratis te krijg. Bij God.
 

HOOGSTAANDE LIEFDE

Wat bent Ú goed
o God-
 
Aan Wie de eer
toekomt.
 
Sereen in
Uw stilte.
 
Als een kind bij
zijn moeder.
 
Nog wel op 
geschonden aarde.
 
-U met ons-
 
Die tijd kómt nog
van alles nieuw.
 
Intussen genieten
wij U.
 
Van het gewone zo
dagelijkse.
 
Dat is wél de
liefde. 
 
Harmonieus en
hoogstaand.
 
Verliezen wij haar niet –
zo verliezen wij U niet.
 
Houd Ú ons hart
dan vast.
 
Amen.

 

BEDANKT VOOR ALLES

Dat laten wij onze kinderen zeggen als ze bij vriendjes gespeeld hebben. 
Bedankt voor alles. Bedoeld wordt voor het spelen. Het welkom geheten zijn.  
Echt specifiek dankbaar zijn zij meestal voor het koekje. Heel begrijpelijk.

God – die onze Vader is!- vraagt ons te danken in alles. Onder alle omstandigheden. Efeze 5:20. Dat is de aangename wil van de Zaligmaker.

En daar heeft Hij deze reden voor: Ik ben goed. Looft de HEER wánt-
Hij is goed. ps 118:29

Geloven wij dat? Hij laat zich zo kennen. Zó is Hij. Goed. En ook voor eeuwig.
Laten wij daarom afstand van onze eigen ideeën over Hém doen.

Ons leven behoort Jezus toe. Wat hebben wij wat wij niet hebben ontvangen? Alles is genade. Het woord bezit kent het Hebreeuws niet. De betekenis wordt weergegeven in deze woorden:

Wat – voor mij- aanwezig is.


Daar worden wij klein van. En God groeit. Wat ís er veel. Een leven vol tevredenheid. Dánk Hem. God let er op. Tien melaatsen. Eén bedankte Hem. 
Jezus zoekt de negen anderen als het om dankbaarheid gaat. Luk.17:18,19

Laten wij het zijn. Bedankend door het leven. Voor alles, HEER!

Hoe zal de toekomst gaan? Het zal wél gaan. Lijden, ziekten, zorgen komen. Ja echt. Van de gebroken wereld is dat te verwachten. Maar God woont binnen ons.
Met vrede.

GEHECHT

Het leven is
verliezen.

Wat leeft en
wat men heeft.

Waar mijn hart
aan hecht- het gaat
voorbij.

Ik hecht 
aan een mens
en die sterft.

Aan een plaats
die verandert.
Eens ga ik 
zelf.

Ook 
voorbij. 

O mijn ziel!
leef in vreugde.

Bedenk wat
boven is. 

De hemel
met Jezus.

Mijn plaats
vervangend 
Mens.

Daar gaat mijn
 hart naar 
toe.

En hecht ik mij
voorgoed. 

GEBEDSPUNTEN

Wat zou een goed gebed zijn? Los van de voorbedes. In dat geval zoveel mensen zoveel punten. En in mijn eigen leven? Hoe vraag ik God? Aanbid ik Hem? Er zijn zoveel onderwerpen- thema’s-lopende vragen. Ik maakte lijstjes. Waar te beginnen? En als ik iets één keer gevraagd heb, vraag ik het dan nogmaals? 

Alle dingen door geloof- dat zijn ook de gebeden. Ik heb schoonheid gevonden 
in deze woorden: 

            Geef mij een wijs hart.  (Van Salomo, aangenomen door God)

Verheerlijk Uw Naam. (Van Jezus)

Uw wil geschiedde. (Van Jezus)

Hierin vind ik rust. Deze gebeden omvatten alle voorbeden voor de hele mensheid met mijn leven erbij. 1 Tim. 2:1-3 Het omvat wijsheid over elk facet. Want ik ben van gisteren en weet niets. 

Verheerlijking in het leven van kinderen, familie en vrienden enzovoort. Dan zal het goed gaan. Hoe dan ook. God weet wat wijs is voor de hele wereld. Zo mogen wij ook het dagelijks nieuws ontvangen. Hij verheerlijkt Zijn Naam in alles. 

Bidden. Niets over frequentie. Het is een levenshouding. Ontspannen. Dagelijks wakend aan Zijn poort. Een hart naar boven. Het zijn gebeden tot aan de jongste dag. God zal ze verhoren. Zeker.

Hij zál wijsheid geven aan wie het Hem vraagt. Jak.1:5 
Hij zál Zijn Naam verheerlijken. De stem die dat zei kwam rechtstreeks uit de hemel! Joh.12:28

Zijn wil is perfect want Hij beoogt zijn glorie waar onze wil die niet ziet. 

Het zal goed gaan. 

VADER DRAAGT WEES

Mijn ouders gaan nu beiden
over vroeger op de aarde.
 
Zij hebben zo geliefd
geleefd. In de
verleden tijd.
 
En in memoriam zo
schoon maar ik blijf
levend over. 
 
Heb foto’s en spullen in een
gekoesterd koffertje gedaan. En
zacht weg niet weg gedaan.
 
Gaat het nu altijd over
vroeger? Immers zijn zij er
niet meer maar nee Hij ís.
 
O de toekomst! Al gaat het 
hart nog in het zwart. Hij woont.
 
Daar binnen in en noemt
zich Vader van de wees.
 
De nabestaande houdt
Hij staande.
 
Op handen weet ik
mij gedragen.
 
Wie draagt nu
wat en Wie?
 
God mijn God! Ik
geef Ú eer.
 
Psalm 146:9