NIEUW MENS

De dag dat ik Jezus zag – Hij mij zag-
verloor ik want Hij won
de waarde.
 
Mijn leven gaf ik Hém
het bleek het Zijne
al te zijn.
 
En begroef Zich in de aarde
 drie dagen ook
de nachten.
 
Toen stond ik op met Jezus
op zo nieuw en schoon
we waren samen.
 
Feest werd het met de engelen
in de hemel zo blijvend
opgewekt.
 
Wat of wie belet mij
vandaag de dag
de doop?
 
Niet te scheiden meer
van Jezus daarom geen ding
en geen mens.

ÉÉN GELOOF

Wanneer ik belijd in God te geloven – en dat doe ik- belijd ik daarmee niet in mensen te geloven. Dat wil zeggen in het oordeel van de mensen. Het ligt er wel aan wát men zegt. Is het een rechtvaardig oordeel? Op grond van het heilige der heilige?

Daar wil ik mijn vertrouwen in stellen. Wij zijn elkaars leden. De Ene Geest wordt door ons samen gedeeld. Spreekt de één dan ontvangt de ander. Het blijft ook één geloof! Buiten dat is er niets- slechts ongeloof. Wie Jezus liefheeft deelt ook gelovig uit.

VOETSTUK

Ik adem genade. En elke keer sta ik bij erbij. Gods nalatenschap. Zijn diepe vrede.
En ik ben niet de enige! Het kan ook voor jou. Erfgenaam worden. Een vergeven leven. Levend bewijs van Zijn liefde heb ik. Krijg jij dan ook! God staat op het voetstuk. 
Hij zoekt nog mensen. Wie wil delen in Zijn glorie? Hij zondert niemand uit en af.

En steeds opnieuw – als ik naar woorden zoek om Hém te beschrijven- vind ik niets wat raakt aan Zijn schoonheid. De vrede van Jezus gaat inderdaad boven mijn verstand. Wie bevatten kan hoe rijk ik ben is even rijk als ik.

Wie het niet bevat kan vandaag nog toegevoegd worden. Want God is goed. Hij houdt van zondaren. Van leugenaars en kerkmensen. Machthebbers en liefdelozen. Van mensen zoals jij en ik. Haast je! In God prijs ik het Woord aan.

WIJN

Beter dan wijn
is Hij mij.
 
God! Hij vond mij
 in de wereld.
 
Jezus werd om
 mij gekruisigd.
 
Alles verloor
ik aan Hem.
 
Zo vond ik God
in Zijn leefwereld.
 
Waar de weg smal is
slechts Jezus.  
 
Geen water doe ik
bij Zijn wijn.
 
Ontzet als ik ben over 
de prijs van die wijn.

VOETWASSING

Wij zijn dienaars van God. Dus wassen wij elkaars voeten. Dat vertaalt zich in het huishouden. Altijd wat te doen. Stofzuigen of rijst koken is geestelijk. Voeten wassen wij soms letterlijk. Meestal van onze kinderen. Maar het gaat in het algemeen in hoe wij omgaan met elkaar. Tijd delen samen in je huwelijk. Met de kinderen. Is dit moeilijk? Dacht je niet sociaal te zijn? Niet zo’n kindervriend? Of heb je gewoon geen zin of tijd?

Verleg dan je aandacht.

God heeft je op pad gestuurd – onder leiding ván! Zijn Geest woont in ons.
Leef zijn wil met liefde uit!

Jij bent mijn naaste. God heb ik liever dan wie dan wat.
Waarmee kan ik jou van dienst zijn?

Joh.13

GRATIS ONDERWIJS

Als iemand wijsheid ontbreekt, laat hem dat dan van Gód verlangen.
Hij- Die een ieder mild geeft. En niet verwijt.
Wijsheid zál hem gegeven worden.
Jakobus 1:5

Als jij verlegen zit om wijsheid krijg je gratis les van God. Beloofd is beloofd. Hij geeft het aan wie gelooft dat Hij dit meent. ;6,7. Lijk dus niet op een wilde zee.

Waarachtig! De Almachtige faalt niet en doet wat Hij zegt.

Dit is het tweede kostbaar woord. Wijsheid is er. God geeft het weg aan wie het vraagt. Hij kent ons met onze uitglijders en onwijze keuzes. Maar- mild als Hij is verwijt Hij niets. Zelf is Hij de Wijsheid. Zo ánders als Hij is dan wij.

Als mijn hart mijzelf verwijt- doet God dat niet. Als ik met mijn handen in het haar zit- heeft Hij het al geteld. Vraag ik bezorgd waar ik goed aan doe dan vraag ik dat aan God. En les voor het leven!

Wacht op Hem. Houd moed. Hij leidt ons.

Laten we Hem eren.

HET GAAT GOED

Wij weten het nu zeker.
Alles werkt mee ten goede voor hen die God liefhebben!
Rom.8:28

Dit is zo’n kostbaar woord. Ik heb het in de Bijbel gevonden en bewaar het.

Want vandaag gaat het goed met mij. Ook met jou hoop ik! Het gaat zn gangetje. Waarmee we bedoelen dat alles gaat zoals gewoonlijk. Er geen zieken zijn, er voldoende werk is. We hebben kleding en eten. We ademen in vrijheid. Zo bijzonder! Een gave van God. Zijn gangetje komt uit Gods hand. En is een groot punt van dank!

Er komt een dag dat het gewone -tijdelijk- voorbij is. We worden ziek. Lijden pijn. We verliezen een geliefde. Er gebeurt iets. Een onaangename wending. Angst overvalt ons. Gevoelens mengen zich. Dan herinneren wij ons het woord wat wij vandaag bewaren.

Ook dit werkt mee ten goede. Al zie ik het niet gelijk. Het is waar. Amen op dat woord! God ís wel aan het werk. Achter de schermen. Jouw en mijn toekomst schrijvend.

Hij gaf ons dit woord niet als dooddoener. Zeker niet. God erkent elke klacht die wij bij Hem brengen. Ziet al ons verdriet opdat wij het in Zijn hand geven. Maar dat Hij alle dingen- zelfs het kwaad-  ten goede keert is kostbare hoop. Voor wie Jezus liefheeft!