NOOIT AFSCHEID

Deze week ruimden wij als familie ons ouderlijk huis leeg. Er ging veel door ons heen. Afscheid op afscheid namen we. Onze moeder leeft nog- hoewel dement en in het klein. Maar zij is!
 
Ik gaf Hem mijn tranen. En bedacht dat wij zo zouden mogen leven dat we – hoewel we emotioneel gehecht zijn aan mensen en plaatsen en spullen- toch niet gehecht zijn
dan slechts aan de Allerhoogste.
 
En tegelijk zo gehecht aan het aardse dat we er vol verwondering van genieten. We hébben elkaar nog (te leen). Gekregen uit genade.
 
Afscheid gaat vergezeld met pijn. Wat mij troost is mijn God.
 
In Jezus is Hij mijn Mens.
Mijn Vader- mijn eeuwig thuis en blijvend goed. Wij zúllen Hem nooit verliezen. Niets van Zijn werk raakt in verval. De Geest in ons vergeet niets
en verliest het leven niet.

En afscheid van Hem?
Dat komt er nooit.

SHALOOM

Shaloom- dat is
alles wat ik heb.
 
Alles wat ik
mijn ander wens.
 
Want vrede hebben
is alles wat ons hart 
verlangt
onder alle
omstandigheden.
 
En mogelijk
gemaakt!
 
Want: vrede zij U! sprak
Jezus. En sprekend
schiep Hij haar.
 
Amen. Vrede
liet Hij na.
 
Dus God is je vrede of
met God heb ik vrede en
tevreden als wij zijn
gesteld.
 
Roept Hij ons tot Zijn hart
dan gáán wij. O heen
in vrede gaan wij.
 
Shaloom! Dat ís
de hemel.

PERSOONLIJKHEID

Toen ik God niet zocht,
zocht ik mijzelf maar
ik leerde mijn zelf niet kennen.

Maar God zocht mij – en vond –
nu zoek ik Hem. En vindend
kent Hij mij.

In Zijn vondst leer ik
mijn zelf nu kennen maar
ik wil haar niet langer kennen.

Er is namelijk niet slechts één 
of andere duistere kant. Mijn
duisternis is compleet.

Echter, Jezus leeft in mij en 
is het licht van mijn wereld.

Mijn hart gekocht-
zo gehecht aan de Geest!

Verheugd vraag ik Hém
zijn karakter. Mij
als mantel te omhullen.

KALMTE

God bewerkt kalmte temidden van lawaai. Hij is de God van orde. Chaos is niet in Zijn karakter. Stress zou er niet hoeven zijn. Niet in ons leven – wat toch van Hém is! Wij kleine mensen maken stress of wij bedenken haar. Wij zijn geneigd om stress met stress te beantwoorden. Schreeuwt iemand? Wij ook. Maar er is verandering mogelijk. Want bij alles wat onvermijdelijk moeilijk is, is een hulpbron. Daarover valt na te denken.

Orden je leven. Geef prioriteit aan Gods verlanglijst. Aandacht op één. Het béste van je tijd gevend. Aan je echtgenoot als je die kreeg. Aan je kinderen als je die kreeg. Aan je ouders ter ere ván. Vrienden en Familie. Gemeentelief en wereldwijd. Daarnaast is er nog iets van werk en hobby.


Wat als er dan toch stress ontstaat? Richt je op God. Hij is de Rust Zelf. Hij laat je dag meewerken ten goede. Met alles wat daarop gebeurt. Het stond gepland in Zijn boek. En ‘moest’ zo zijn.

KIND EN KONINKRIJK

Gods Koninkrijk is voor de kinderen. Welkom kinderen! Het warme welkom sluit in. Tegelijk sluit het uit. Nee wijze mensen. Nee grote ouders. Nee theologen. Hoewel het welkom blijft. Op één voorwaarde. Dat je tot Jezus komt. Als een kind. En zo blijft.

Mat. 18:1-4: De discipelen kwamen bij Jezus en vroegen:
Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen?
 
En Hij riep een kind tot Zich,
plaatste dat in hun midden,
en zei:
 
Voorwaar, Ik zeg u:
Als u zich niet bekeert
en wordt als de kinderen,
zult u het Koninkrijk der hemelen
beslist niet binnengaan.
 
Wie nu zichzelf
gering zal achten
als dit kind,
die is de grootste
in het Koninkrijk
der hemelen.

WERELD

De wereld nodigt ons regelmatig uit. Kom erbij. Of erger. Blijf! Betreed een andere wereld. Creëer je eigen wereld. Waan jezelf. Even wég.

Weg waarván?

Want wij zijn de gásten. Op een voorbijgaande wereld. En verwachten de toekomende.

Lijden ja nog wel. De schepping brak en huidig. Zuchtend delen wij mee.
Maar met ons hart en hoofd in Gods wolken!
Want de aarde wordt nieuw.

De wereld-
dat is ons Christus.

SCHAT VAN LIEFDE

Je hart en hand
gegeven.
 
Nu zo ontheemd
 onopgemerkt.
 
Veel verloor
je wel.
 
Niet kwijt zijn
de jaren.
 
Bewaard is
 de liefde.
 
Goede woorden
en bekers vol water
  elke levensblijk.
 
Waar jij een schouder was
een voet en gezicht gaf
aan wie niemand had.
 
Verheug je in
de Geest.
 
Schatten héb je.
In de hemel.
 
Met God één
 ga jij de weg.